Column Sylvia Gerdes: Dik varken schreeuw niet zo!

Magazines | Utrecht Business Nr 4 - 2013

Dik varken schreeuw niet zo!

Een werkgever kan een werknemer op staande voet ontslaan indien sprake is van een dringende reden. Dat zijn daden of gedragingen van de werknemer die zo ernstig zijn dat van de werkgever niet verlangd mag worden dat deze de arbeidsovereenkomst in stand houdt. Door de rechter wordt, omdat een werknemer die op staande voet wordt ontslagen geen recht heeft op een WW-uitkering, niet snel geoordeeld dat sprake is van een rechtsgeldig ontslag op staande voet.

Zo heeft het Hof Den Bosch in een arrest van 11 juni 2013 geoordeeld dat de uitlating ‘Dik varken schreeuw niet zo’ geen dringende reden voor een ontslag op staande voet oplevert. Een hulpmonteur heeft de verkeerde lamellen afgezaagd en meldde dit zelf bij zijn chef. Deze is hem vervolgens naar de werkplaats gevolgd en heeft daar op luide toon zijn ongenoegen geuit. In reactie heeft de werknemer geroepen: ‘Dik varken schreeuw niet zo’. De werknemer is op staande voet ontslagen omdat sprake zou zijn van een onacceptabele uitspraak naar een leidinggevende en omdat hij al meerdere fouten zou hebben gemaakt waardoor hij de bekwaamheid en de geschiktheid voor de functie zou missen.

Het Hof Den Bosch vindt dit, net als de kantonrechter, geen dringende reden voor een ontslag op staande voet. Het Hof geeft wel aan dat de bewoordingen absoluut geen pas geven en zelfs beschouwd zouden kunnen worden als een grove belediging. Toch vormen deze bewoordingen gezien de omstandigheden geen reden voor een ontslag op staande voet. Naar het oordeel van het Hof heeft de werkgever in strijd met het goed werkgeverschap gehandeld door op luide toon het ongenoegen te uiten, terwijl de werknemer uit zichzelf zijn fout is komen opbiechten. De werkgever heeft daardoor zelf een ruziesfeer in het leven geroepen waardoor escalatie heeft kunnen plaatsvinden. Het Hof vindt daarbij van belang dat bij het incident slechts één collega aanwezig is geweest, dat klanten en ander personeel het incident niet hebben meegekregen en evenmin gebleken is dat de werknemer zich eerder schuldig heeft gemaakt aan onfatsoenlijk taalgebruik.

Het gestelde gemis aan bekwaamheid en geschiktheid voor de functie levert evenmin een dringende reden op. Het Hof geeft namelijk aan dat het maken van fouten nu eenmaal niet te voorkomen is. Ook acht het Hof het van belang dat de eerdere fouten gemaakt zijn tijdens twee op elkaar volgende dagen en de werkgever niet heeft aangetoond dat eerder sprake is geweest van onvoldoende functioneren.

Een ontslag op staande voet wordt gezien als een uiterst middel dat door rechters niet zomaar wordt geaccepteerd. Het Hof geeft daarom ook aan dat in plaats daarvan volstaan had kunnen worden met een minder vergaande maatregel zoals een officiële waarschuwing, een ontbindingsverzoek of de aanvraag van een ontslagvergunning. n

mr Sylvia Gerdes
Van Benthem & Keulen Advocaten & Notariaat
sylviagerdes@vbk.nl